Tagarchief: Kinderen

“Je bent te slim.”

Op de basisschool werd ik vooral in groep zeven en acht erg gepest. Voor een deel was ik het te verkiezen slachtoffer omdat ik het enige meisje in de klas was. Ik was echter ook doelwit omdat ik hoogintelligent (ik heb een hekel aan het woord “hoogbegaafd”) ben. “Je bent te slim,” was de standaard verklaring van mijn ouders en leraren.

Er is een hele hoop mis met deze redenatie, die het slactoffer de schuld geeft van het pestgedrag. Natuurlijk, als gepest persoon kun je er zelf ook wel iets aan doen hoe je met het pesten omgaat. Dat betekent nog niet dat je verantwoordelijk bent voor het pestgedrag. De pester is verantwoordelijk voor het pestgedrag wat hij of zij vertoont.

Wat echter een nog groter probleem met deze redenatie is, is dat intelligentie een min of meer stabiele eigenschap van een kind of volwassene is. Het is niet iets wat je kunt veranderen. Als een kind gepest wordt omdat het raar gekleed gaat, kun je hem of haar tenminste nog modeadvies geven. Ik zeg niet dat dat het probleem oplost, want wat ik al zei, pesten is niet de schuld van het slachtoffer. Het kind heeft dan echter misschien het idee iets aan zijn of haar kwetsbaarheid te kunnen doen. Het is dan wel belangrijk dat je dit niet negatief brengt: “Marietje, logisch dat ze je pesten, je draagt zelfgebreide streepjestruien! Doe eens iets leuks aan!” In plaats daarvan kun je er een leuk uitstapje naar de Primark van maken.

Terug naar slimheid. Verwachten we nou echt dat iemand een stabiele, natuurlijke eigenschap van zichzelf gaat veranderen om niet gepest te worden? Moet iemand die van nature rood haar heeft, ook zijn haar laten verven om maar niet gepest te worden? Nee toch?!

Er zijn natuurlijk twijfelgevallen. Toen ik op de middelbare school zat, werd ik gepest omdat ik de sociale vaardigheden van het achtereind van een varken had. Ik ben heel erg voor acceptatie van iedereen ongeacht beperkingen en mogelijkheden, maar in die tijd werd mijn gedrag gezien als moedwillige onaardigheid en niet als autisme. Niet dat dat er wat toe doet, want het is niet omdat iemand een stickertje heeft dat hij een excuus heeft om zich aso te gedragen. Kortom, niks mis met een sociale-vaardigheidstraining voor zo’n kind (behalve dat die bij autisten anders moet worden gegeven om aan te sluiten). Als een kind het pesten er niet mee kan stoppen, kan hij of zij in elk geval leren hoe ermee om te gaan.

Dan nog moet de reden voor een training niet zijn dat een kind anders gepest wordt, maar dat diegene dan kan leren vrienden maken of beter met sociale situaties omgaan. Het maakt al een heel verschl of je het negatief benadert of positief.

Nog even terug naar “je bent te slim”. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op! Het zal in deze werld best zo zijn dat hoogintelligente mensen de uitzondering zijn, maar moeten ze dan dommer worden om aanslutiing te kunnen vinden bij anderen? Of moeten ze gestimuleerd worden op hun manier zichzelf te ontplooien en aanslutiing te vinden bij “hun soort”?

Ik vind het jammer dat ik in mijn basisschooltijd nooit contact heb kunnen hebben met andere hoogintelligente kinderen. Nou was mijn blindheid en autisme natuurlijk een complicerende factor, waardoor ik ook op het gymnasium geen aansluiting vond. Wat dat betreft biedt het internet uitkomst, want nu heb ik verschillende mensen leren kennen met wie ik voldoende gemeen heb om aansluitign bij ze te kunnen vinden.

Met mij is het op dit vlak uiteindelijk goedgekomen. Ik heb nog steeds geen vrienden buiten mijn man om, maar ik heb daar op zich vrede mee. Ik heb wel genoeg mensen bij wie ik aansluiting kan vinden en ik word in elk gevval niet gepest.

“Ah, wie weet over tien jaar!”

Ik ben 28. Op mijn 25ste ben ik getrouwd, maar mijn man en ik wonen in de praktijk niet samen. We hebben geen kinderen. Op zich niks mis mee. Ik ben nog niet op de leeftijd dat iedereen vindt dat je aan kinderen toe bent, en was zelfs vrij jong toen we trouwden (hoewel mijn man 22 was, dus baas boven baas!).

Ik ben niet alleen door mijn leeftijd, maar ook door de reden waarom ik geen kinderen heb, een beetje een vreemde eend in de bijt van de ongewenst kinderloze gemeenschap. De reden dat we geen kinderen krijgen is dat ik veel zorg nodig heb en het daarom niet verantwoord is een kind op te voeden. Ik heb 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig (wat niet wil zeggen dat ik ook constant zorg nodig heb) en verblijf daarom in een instelling. Dit is dus ook de reden dat mijn man en ik niet samenwonen.

Wat aan zowel het idee van samenwonen als het moerderschap moeilijk is, is dat de hoop niet helemaal vervlogen is. “Ah, wie weet over tien jar!” hoor ik regelmatig. Ja, het zou kunnen, maar laten we niet te hard hopen.

Ik vind het lastig uit te leggen wat ik aan deze opmerking moeilijk vind. Tot een paar jaar geleden hoorde ik hetzelfde over een studie afronden, wat ik ook niet gedaan heb. Nu ben ik dus eind twintig, en hoewel mensen nog tot hun tachtigste bijleren, is het niet meer te verwachten dat ik nog een studie afrond. Mag ik daar nu pas, of misschien nog niet eens, van balen? Hetzelfde geldt voor werk. Toen ik achttien was, kreeg ik een WAJONG-uitkering met het idee dat ik na mijn studie (die ik dus niet heb afgerond) “gewoon” zou kunnen werken. Die WAJONG was er omdat ik niet als bijbaantje in een friettent zou kunenn werken, werd mij verteld. Nu heb ik een bijna leeg CV op mijn 28ste en is er dus geen kans meer dat ik nog aan de bak kom. Of moet ik soms tot mijn 67ste wachten met de hoop loslaten en het verlies van een droom een plekje geven?

Is het gek dat ik liever heb dat duidelijk is dat ik geen werk, diploma of kind meer zal krijgen, dan dat ik in onzekerhied zit? Ik vind van niet. Ik moet wel zeggen dat ook ik de hoop nog niet helemaal heb losgelaten, en dat is juist moeilijk. Als ik het kon loslaten, kon ik me meer focussen op wat ik wél heb in het leven. Niet dat ik dat nu niet doe, maar ik zou het nog meer kunnen doen. Mooi streven eigenlijk: me meer focussen op wat ik wel in dit leven heb en kan. Hier ga ik aan werken!