Tagarchief: Boeken

Gelezen in 2014

Het is alweer Sinterklaas geweest. Dat betekent dat het niet zo heel lang meer duurt voordat het jaar voorbij is. Een terugblik komt nog, maar vandaag wil ik het hebben over iets wat ik veel gedaan heb het afgelopen jaar: lezen. Ik heb dit jaar echt de eBooks ontdekt. Helaas valt het aanbod aan Nederlandstalige eBooks in mijn favoriete genres tegen, dus heb ik veel Engelstalige boeken gelezen. Ik heb echter ook wat Nederlandstalige boeken bij de blindenbieb geleend. Hier noem ik vijf van mijn favorieten. Voor mensen met een leesbeperking zijn al deze boeken verkrigjbaar via AangepastLezen.nl. Weet niet of ze nog allemaal in de boekhandel te koop zijn.

1. Best wel heavy door Petra Boolman (2012). Een verzameling verhalen van mensen met niet-zichtbaar NAH (niet-aangeboren hersenletsel) en hun naasten. Heel indrukwekkend en ergens ook wel herkenbaar. Mijn beperkingen lijken in sommige opzichten ook op die van mensen met NAH, al heb ik kort na de geboorte mogelijk een hersenbloeding met een waterhoofd tot gevolg gehad. Ik heb dus niet het gebroken leven wat veel mensen met NAH ervaren. Het boek maakt pijnlijk duidelijk wat een verworven neuropsychologische beperking met de getroffene en zijn/haar naasten doet. De deelnemers aan het boek zijn benaderd via een zorginstantie voor mensen met NAH. Ik kan me dus voorstellen dat sommmigen het nog zwaarder hebben. Toch is het boek ergens ook wel humoristisch. “Vind je het goed als ik een krokodil koop?” is één van de hoofdstuktitels. Haha.

2. Gevangen in de zorketen door Walter Stolz (2011). Dit boek beschrijft de weg die Stolz en zijn vrouw Marjolein moeten gaan als zij een hersentumor (die lang niet herkend wordt) krijgt. Het boek beschrijft de bureaucratie en het gebrek aan vertrouwnesrelaties wat Stolz ervaart bij artsen en ziekenhuizen. Eerst wordt Marjolein naar de psychiater verwezen, die veel te snel een depressie constateert. Als ze eindelijk bij een arts-assistent neurologie komt, heeft die nog nooit van de meest elementaire neurologische test gehoord. Uiteindelijk besluit Stolz erop te staan dat Marjolein naar een goede neuroloog,die Stolz via zijn netwekr zelf vindt, wordt doorverwezen. Dan nog is de samenwerking tussen artsen en ziekenhuizen beroerd. Stolz beweert absoluut niet dat Marjoleins uiteindelijke overlijden had kunnen worden voorkomen, maar hij beweert wel dat de zorg en bejegening beter hadden gekund. Ook dit herken ik. Stolz lijkt soms pessimistisch, maar nooit verbitterd.

3. God is in de war, hij denkt dat hij Pieter is door Pieter Overduin (2004). Waarschijnlijk is deze niet meer in de boekhandel te koop, wat jammer is, want ik vind hem geweldig. Overduin en zijn naasten beschrijven hier hoe het is als overduin manisch en daarna depressief wordt. Grappig aan dit boek is de humoristische maar rake kritiek op hulpveleners in de psychiatrie. Zo vertelt Overduin de psychiater dat hij een boek heeft uitgegeven en nu met een tweede (dit dus) bezig is. “Dit is nou een typisch voorbeeld van een waan.” Overduin zet de psychiater mooi een hak als zijn vader op de volgende afspraak zijn boek meeneemt.

4. De leugenmachine door Harald Merckelbach (2011). Ik ben dol op boeken over recht en psychologie, dus wat is er beter dan een boek over rechtspsychologie? Het is echter helemaal geen droge kost, maar juist heel geanimeerd geschreven. In dit boek legt Merckelbach uit hoe de rechtspsychologie kan helpen problemen in juridische conflicten op te lossen, en hoe gebrek aan wetenschappelijk inzicht in de praktijk tot problemen leidt. Zo vertelt hij over het verhoor van schizofrene mensen en over een persoon die jaren na zijn vermeende delict wordt verhoord, terwijl hij intussen een beroerte heeft gehad. Ook krijgen we en kijkje in de wereld van de malingeerder, degene die een ziekte voorwendt om straf te ontlopen of een juridisch conflict te winnen. Het gaat bijvoorbeeld om de man die met bijna-goede antwoorden op vragen (“oeveel dagen zitten er in de week?” “Acht.”) probeert te laten blijken dat hij hersenletsel heeft. Gek genoeg is deze “stoornis” halfhartig erkend in de psychiatrie, terwijl echte psychiatrische patiënten zoals schizofrenen zelden dit soort antwoorden geven. Het boek beschrijft nog een aantal van dit soort conflicten tussen psychologisch/psychiatrisch broddelwerk en wetenschap. Ik vind het echt een supergoed boek en ga gauw eens op zoek of die Merckelbach nog meer geschreven heeft.

5. Is dat normaal, dokter? door Steven van de Vijver (2011). Columns van een huisarts in Amsterdam-Osdorp. Sommige zijn verdrietig, zoals die over een man van 27 die dement wordt. Andere zijn humoristisch, zoals die waarin Van de Vijver te maken krijgt met een patiënt met een meervoudige persoonlijkheid, en hij aan hem vraagt met wie hij de volgende afspraak moet maken. Ik houd, zoals aan de rest van deze lijst met boeken wel duidelijk mag zijn, van boeken over gezondheid en zorg. Ik houd ook enorm van columns. Deze combinatie is dus ideaal.

Advertenties