Winterdepressie

Veel mensen voelen zich in de herfst en winter een stuk somberder en minder energiek dan in de zomer en lente. Dit kan duiden op een “winterdip” of seizoendsgebonden gemoedssstoornis (seasonal affective disorder). Kenmerken van een winterdepressie zijn:


  • (Extreme) vermoeidhied.

  • Veel behoefte aan slaap, zelfs als je al meer dan normaal slaapt.

  • Verschuiving van het dag-/nachtritme, waarbij je je steeds later op de dag “wakker” voelt.

  • Meer behoefte aan (koolhydraatrijk) eten.

  • Je somberder voelen dan normaal.

  • Prikkelbaarheid.

  • Afgenomen behoefte aan (sociale) activiteiten.


Kenmerkend voor de winterdepressie is dat deze weer verdwijnt als de dagen weer gaan lengen. Nou zijn er ook mensen die juist in het voorjaar somber en futloos worden (“voorjaarsmoeheid”), wat ook een seizoensgebonden gemoedsstoornis is.

Hoe kom je aan een winterdepressie, en hoe kom je er weer vanaf? De precieze oorzaak van een winterdepressie is niet bekend, mar er zijn wel verschillende mogelijke oorzaken. Zo regelt zonlicht je dag-/nachtritme voor een deel, en kan dit ritme dus verstoord raken als je minder zonlicht opdoet. Ook zorgt zonlicht ervoor dat het slaaphormoon melatonine wordt afgebroken, waardoor je ’s ochtends energieker wordt. Alweer gebeurt dit minder als je minder zonlicht opdoet. Recent is ook gebleken dat een tekort aan vitamine D kan leiden tot een winterdepressie. Als laatste spelen schommelingen in het niveau van serotonine (een stof die in de hersenen zorgt voor een goed gevoel) een rol.

Wat kun je eraan doen? Je kunt de zon niet langer laten schijnen, maar je kunt er wel optimaal gebruik van maken. Kom vroeg uit de veren en ga regelmatig naar buiten. Zonlciht zorgt er zoals hierboven gezegd voor dat melatonine wordt afgebroken. Ook maakt je lichaam vitamine D aan onder invloed van zonlicht.

Voeding kan ook helpen. Zoals gezegd kun je meer behoefte krijgen aan (koolhydraatrijk) voedsel. Eet voldoende “goede” koolhydraten. Dit zijn koolhydraten die je suikerspiegel niet te snel doen stijgen. Deze koolhydraten zitten in groente, fruit en volkorenproducten. Deze koolhydraten doen je tryptofaan stijgen, wat een stofje is dat voor een hogere productie van serotonine zorgt. Koolhydraten die de suikerspiegel een boost geven, zoals die in snoep, geven je wel kortdurend energie, maar je voelt je daarna snel weer vermoeid en somber.

Zorg ook dat je voldoende ijzer, vitamien B12 en vitamine D binnenkrijgt. Je kunt deze vitamines en mineralen via de voeding binnenkrijgen, maar als je er een tekort aan hebt, is het handig ze bij te nemen in een voedingssupplement.

Als laatste kan een daglichtlamp echt uitkomst bieden. Je merkt dit niet meteen de eerste dag, maar na ongeveer een week kun je verschil merken. Let erop dat de daglichtlamp die je aanschaft minimaal 10000 lux op twintig cm afstand geeft, geen UV-straling afgeeft, en is uitgerust met een elektronische VSA om trillingen te voorkomen (anders kun je last krijgen van misselijkheid of wazig zien). Lichttherapie onder begeleiding van een hulpverlener is overigens aan te bevelen boven zelf een lamp aanschaffen.

Advertenties

“Ah, wie weet over tien jaar!”

Ik ben 28. Op mijn 25ste ben ik getrouwd, maar mijn man en ik wonen in de praktijk niet samen. We hebben geen kinderen. Op zich niks mis mee. Ik ben nog niet op de leeftijd dat iedereen vindt dat je aan kinderen toe bent, en was zelfs vrij jong toen we trouwden (hoewel mijn man 22 was, dus baas boven baas!).

Ik ben niet alleen door mijn leeftijd, maar ook door de reden waarom ik geen kinderen heb, een beetje een vreemde eend in de bijt van de ongewenst kinderloze gemeenschap. De reden dat we geen kinderen krijgen is dat ik veel zorg nodig heb en het daarom niet verantwoord is een kind op te voeden. Ik heb 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig (wat niet wil zeggen dat ik ook constant zorg nodig heb) en verblijf daarom in een instelling. Dit is dus ook de reden dat mijn man en ik niet samenwonen.

Wat aan zowel het idee van samenwonen als het moerderschap moeilijk is, is dat de hoop niet helemaal vervlogen is. “Ah, wie weet over tien jar!” hoor ik regelmatig. Ja, het zou kunnen, maar laten we niet te hard hopen.

Ik vind het lastig uit te leggen wat ik aan deze opmerking moeilijk vind. Tot een paar jaar geleden hoorde ik hetzelfde over een studie afronden, wat ik ook niet gedaan heb. Nu ben ik dus eind twintig, en hoewel mensen nog tot hun tachtigste bijleren, is het niet meer te verwachten dat ik nog een studie afrond. Mag ik daar nu pas, of misschien nog niet eens, van balen? Hetzelfde geldt voor werk. Toen ik achttien was, kreeg ik een WAJONG-uitkering met het idee dat ik na mijn studie (die ik dus niet heb afgerond) “gewoon” zou kunnen werken. Die WAJONG was er omdat ik niet als bijbaantje in een friettent zou kunenn werken, werd mij verteld. Nu heb ik een bijna leeg CV op mijn 28ste en is er dus geen kans meer dat ik nog aan de bak kom. Of moet ik soms tot mijn 67ste wachten met de hoop loslaten en het verlies van een droom een plekje geven?

Is het gek dat ik liever heb dat duidelijk is dat ik geen werk, diploma of kind meer zal krijgen, dan dat ik in onzekerhied zit? Ik vind van niet. Ik moet wel zeggen dat ook ik de hoop nog niet helemaal heb losgelaten, en dat is juist moeilijk. Als ik het kon loslaten, kon ik me meer focussen op wat ik wél heb in het leven. Niet dat ik dat nu niet doe, maar ik zou het nog meer kunnen doen. Mooi streven eigenlijk: me meer focussen op wat ik wel in dit leven heb en kan. Hier ga ik aan werken!

Droomhuis

Ik neem regelmatig deel aan #TuesdayTen op The Golden Spoons. Vandaag is het onderwerp tien dingen die je in je droomhuis zou willen hebben. Ik grap regelmatig met mijn man over ons landhuis in de Midlands. Nou zal er weinig rust en ruimte zijn daar, aangezien Birmingham, de tweede stad van Engeland, in de Midlands ligt en de Black Country met zijn steenkoolmijnen ook. Toch maar een landhuis in de Wicklow Mountains (ten zuiden van Dublin) dan maar.

Ik denk niet dat ik tot tien kan komen, maar hier zijn een paar dingen waar mijn droomhuis aan zou voldoen.


  • Een goede internetverbinding. Absoluut op nummer één. We hebben geen Wifi in de psychiatrische instelling waar ik verblijf en door gezeik van de manager en financieel gedoe komt het er ook niet. Ik ga online via een internetstick in mijn laptop. Had jarenlang een geweldige deal bij Vodafone kunnen sluiten omdat ik student was (op papier dan) bij de Open Universiteit, maar die deal werd afgelopen mei beëindigd. Nu heb ik een redelijke verbinding met bijna genoeg data voor een redelijke prijs via T-Mobile, maar als weer eens mijn snelheid omlaag gaat omdat ik over mijn data heen ben, wens ik vurig dat ik Wifi had. Welke blogger kan nou zonder een goede internetverbinding? Absoluut mijn belangrijkste vereiste voor mijn droomhuis. Niet helemaal mijn eerste vereiste voor een volgende woonplek, maar het staat wel op mijn lijstje, haha.

  • Een tuin. Bij mijn man hebben we alleen een balkon. Op zich ook best aardig, maar we hebben twee katten waarvan één zeker weten een buitenkat is. Jammer genoeeg voor hem wonen we op de tweede verdieping, wat betekent dat hij de grond kan zien vanaf het balkon en zich dus een gebroken poot/rug/nek kan vallen als hij eraf springt. Hij komt dus niet op het balkon. Ik zou ook best graag een moes- en/of kruidentuintje willen hebben.

  • Drie redelijk grote slaapkamers. Eén voor als slaapkamer, één voor mijn man om te werken/studeren/computeren/whatever en één voor mij. Ons appartement nu heeft officieel wel drie slaapkamers, maar één ervan is zo klein dat ik er niet prettig zit, en dus niet kom.

  • Een badkamer met ligbad. Gewoon, omdat dat zo lekker is.

Verder kom ik eigenlijk niet. Ik bedoel, ik hoef echt niet zo nodig een jacuzzi, veranda met loundemeubilair op dertig zonnepanelen op het dak. Dit wat ik nu schets is ook nog wel redelijk realistisch moet ik zeggen. Ja, niet echt hét perfecte, onrealistiseen droomhuis in de Wicklow Mountains, maar een huis wat aan mijn verwachtingen voldoet. Wat zou jij graag in je (droom)huis willen hebben?

Muziek: I’m a Survivor van Reba McEntire

Vandaag heb ik weinig inspiratie om te schrijven, maar wil toch een post online zetten. Muziek is voor mij een inspiratiebron, dus dacht ik zo: laat ik daar eens over bloggen.

Enkele maanden geleden vroeg iemand in een Facebookgroep voor overlevers van trauma wat onze favoriete muziek was. Mensen deelden YouTubelinks en ik klikte erop om te horen of het ook mijn soort muziek was. Verschillende mensen hielden net als ik van country. Er kwamen verschillende mooie songs voorbij, maar deze vind ik wel het allermooist.

Ik schreef toen ik het nummer ontdekte er al over op mijn Engelstalige blog. Ik schreef toen dat ik het prachting vind dat een te vroeg geboren persoon haarzelf als overlever beschouwt. Ik ging er toen maar klakkeloos vanuit dat dit nummer door en over Reba zelf geschreven was. Dit bleek niet het geval te zijn: het nummer is waarschijnlijk niet op een echte persoon gebaseerd en is niet door Reba geschreven. Dit doet echter niets af aan de inspirerende boodschap: ik ben een overlever!

Zelf ben ik drie maanden te vroeg geboren. Ik kan natuurlijk niet met zekerheid zeggen hoe dit feit me heeft getekend, behalve dat ik blind ben door een oogaandoening die ermee samengaat. Er zijn echter verschillende redenen denkbaar waarom ik als te vroeg geborene de overleversstatus verdien. Als eerste natuurlijk puur het feit dat ik niet ben doodgegaan. Nou waren de artsen in die tijd vastbesloten mij in leven te houden, maar toch.

Er is niet veel bekend over de effecten van de couveuse op opgroeiende kinderen die erin gelegen hebben. De focus wat betreft de mogelijke traumatische gevolgen en gevolgen op de hechting tussen ouder en kind, zijn vooral bekeken vanuit het ouderperspectief. Dit vind ik jammer. Daarom is juist deze song zo waardevol voor mij. Het geeft eindelijk een stem aan een (fictieve) volwassen prematuur.

Landelijke Stichting Zelfbeschadiging lotgenotendag 2014

Vandaag ben ik naar Utrecht geweest voor de lotgenotendag van de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging (LSZ). We verzamelden tussen 12:15 en 12:40 op Utrecht Centraal. Aangezien ik blind ben, had ik wat moeite de groep te vinden, maar ik ging er maar vanuit dat ze me aan mijn blindenstok zouden herkennen. Dat was uiteindelijk ook zo.

Toen de groep compleet was, vertrokken we met de bus richting het restaurant waar de lotgenotendag gehouden zou worden. Bij aankomst moesten we de bijdrage betalen en een getal onder de 50 kiezen. Dit bleek voor een loterij te zijn. Ik koos 33, wat helaas niet één van de winnende nummers was.

De dag werd geopend met een kort woord van iemand van de LSZ. Daarna verspreidde de groep zich over verschillende ruimtes, waar workshops werden gegeven. De workshops waren een gespreksgroep, een workshop over de toekomst van de LSZ, het spel “een steekje los” en de hulpmethode “the work”.

Ik nam als eerste deel aan de workshop “een steekje los”. Dit is een bordspel wat een beetje lijkt op triviant, maar dan specifiek over leven met psychische problemen. Je kon in acht verschillende categorieën, waaronder relaties, hulp, zingeving en studie/beroep, vragen krijgen. We hadden een uitbreidingsset over zelfbeschadiging, dus daar kon je ook vragen over krijgen. De vragen waren kennisvragen, levensvragen, stellingen, fotovragen (waarbij je moest zeggen welk gevoel een foto oproept) en misschien nog meer maar dit waren de soorten vragen die we tegenkwamen. Bij stellingen en levensvragen werd nogal eens op elkaar gereageerd. Met het beantwoorden van de vragen kon je opstekers verdienen. Je kon ook op een kanskaart komen, vergelijkbaar met monopoly. Dan kreeg je dingen als “de afwas staat al vier dagen op het aanrecht, ga de afwas doen en lever één opsteker in” of natuurlijk ook dingen waarbij je opstekers kon verdienen. De kunst is om als eerste van elke kleur (categorie) een opsteker te verzamelen. Uiteindelijk was dit niemand gelukt, omdat er te weinig tijd was. Een andere deelnemer en ik misten allebei nog maar één kleur, dus wij hadden zeg maar gewonnen. Eén deelnemer had de meeste opstekers van één kleur, dus die verdiende ook eer.

Na een pauze van een halfuur begon de tweede workshop. Dit was voor mij de gespreksgroep. Aan de hand van eerst een random kaart uit de set van “een steekje los” en later een onderwerp wat door iemand was aangedragen, praatten we. Er werd o.a. gesproken over littekens, vooroordelen rondom zelfbeschadiging en hulp vragen of accepteren. Het was soms wel een chaotisch gebeuren moet ik zeggen, en ik was nu al behoorlijk overprikkeld.

Rond halfvijf was ook deze workshop afgelopen en gingen we weer bij elkaar zitten voor de afsluiting. Toen kregen we ook te horen waar het getal onder de 50 op sloeg en mochten de winnaars iets van de materialenshop van de LSZ uitzoeken. O ja, de hele dag kon je ook spullen kopen die normaal in de webshop te koop zijn en doneren aan de stichting. De LSZ is nl. niet heel erg financieel gezond. Ik ben zelf domweg vergeten te doneren, maar hoop toch dat de stichitng volgend jaar nog bestaat. Dit is nl. niet zeker.

Toen de dag afgelopen was, begon het grote gedoe van iemand zoeken die met me mee wou reizen naar het station, en het liefst iemand die met de trein dezelfde kant op moest als ik. Ik was intussen al best wel overweldigd en vond het op een gegeven moment heel moeilijk, maar het is uiteindelijk goedgekomen.

Wat ik fijn vond aan deze dag, was dat ik ook tussen de workshops door redelijk wat aanspraak had. Ik ben wel eens bij andere evenementen voor mensen met psychische problemen geweest, en dan voel ik me toch vaak wel alleen. Het kan zijn dat deze groep kleiner was dan bv. die op de Eating Disorders Awareness Day 2012, waar meer dan 300 mensen op afkwamen. Ik merkte nu wel dat sommige mensen beter contact maken dan ik, maar ik voelde me niet apart staan of zo.

Al met al was dit een vermoeiende maar geslaagde dag. Zoals ik al zei, hoop ik dat er volgend jaar weer één komt. Op de website van de LSZ vind je informatie over hoe je de stichting kunt steunen en kun je producten uit de webwinkel bestellen.

#Projectpositief: mijn antwoorden

Sinds ik ben begonnen met dit blog begin deze week, heb ik al heelwat inspiratie opgedaan voor onderwerpen om over te schrijven. Ik heb ook veel inspirerende tags voorbij zien komen, waaarvan Project Positief van Dagmar de meest aansprekende en de populairste is. Het idee van een tag is geloof ik dat je wordt genoemd door een andere blogger en dan de vragen die zijn gesteld, moet/mag beantwoorden. Bij Project Positief lijkt het echter niet verplicht dat je door iemand getagd bent, dus ik kan hem rustig overnemen. Here goes.

1. Wat is je favoriete quote en waarom? Oei, die vind ik moeilijk. Ik houd vooral van langere quotes, maar ik ga hier toch een korte delen. “Change is inevitable, growth is intentional.” Op QuoteLady.com, waar ik deze als eerste zag, wordt de quote toegeschreven aan Glenda Cloud, maar hij zou ook door anderen kunnen zijn gebruikt. Wat ik mooi vind aan deze quote is dat hij aangeeft dat groei een bewust proces is. Ieder mens verandert in zijn leven, maar om écht te groeien is inzet nodig.

2. Welke droom zou je in je leven willen realiseren? Yes you can! Ik heb heel veel dromen, waaronder uit de psychiatrische instelling komen en bij mijn man gaan wonen, een (geleide)hond nemen/krijgen en vrijwilligerswerk doen. Maar wat als eerste bij me opkwam bij deze vraag, was dat ik een autobiografie wil schrijven en uitbrengen. De werktitel staat al tien jaar vast als Sommige te vroeg geboren kinderen gaan later naar de universiteit. Die heb ik uit een krantenartikel uit 2004 waarin dit als reden werd gebruikt om jongere prematuren in leven te houden dan tot dan toe gebeurde.

3. Wat betekent geluk voor jou? Geluk zit hem bij mij in de juiste balans vinden tussen overprikkeld en verveeld raken. Genoeg stimulatie dus, maar ook rust. Ik voel me gelukkig als ik in mijn hoofd deze balans heb gevonden. Dit komt vaak tot uiting in kleine dingen, zoals nu dat ik deze blogpost zit te typen.

4.♧Wie kan jou ontzettend opvrolijken? Niet echt iemand speciaal. Ik bel mijn man meestal als ik in de put zit, maar hij laat me meestal eerder uitpraten dan dat hij me opvrolijkt. Ik word meestal eerder vrolijk van muziek of van grappige teksten die ik op internet vind.

5. Voor wat mogen we je ‘s nachts wakker maken? Op dit moment moet je mij vooral laten slapen, want ik heb de laatste tijd beroerde nachten gehad. Maar als je me dan toch wakkermaakt, doe dan maar voor een reis naar de VS. Dat lijkt me echt zo cool, en ik zou zo graag een paar online bekenden eens in het echt ontmoeten!

6. Waardoor kreeg je voor het laatst een lachbui? Nou dat weet ik echt niet meer. Ik weet nog wel een paar gênante lachbuien die ik heb gehad. Eén keer kreeg ik de slappe lach net toen mijn man zich ontzettend pijn had gedaan. Vond hij niet leuk.

7. Op welke prestatie ben je ontzettend trots? Pfoe, die is moeilijk. Ik ben nooit zo snel trots op mezelf. Als ik al ergens trots op ben, vul ik daarbij gelijk in dat ik dezelfde prestatie nog wel eens moet kunnen leveren. Heel irritant. Laat ik dan toch maar mijn vwo-diploma noemen. Vraag niet hoe ik het gehaald heb, maar ik heb het gehaald.

8. Welke boodschap zou je graag aan anderen willen meegeven? Blijf jezelf, er zijn al zoveel anderen. Ja, die is afgezaagd, maar ik meen het wel echt. Het is belangrijk om bij jezelf te blijven. Je bent zelf de enige die verantwoordelijk is voor je eigen leven. Dat legt misschien druk op je, maar het geeft ook vrijheid. Neem die vrijheid. De druk wordt er niet minder op als je anderen constant blijft pleasen.

Vijf redenen om te herstellen van eetbuien

Ik worstel al jaren met eetproblemen. Vooral eetbuien en eerder ook veel compenseergedrag (braken). Redenen om te herstellen van een eetstoornis of eetproleem zijn er genoeg. Jammer genoeg zijn de meeste lijsten gericht op hersel van anorexia. Ik wil graag redenen delen om te herstellen van eetbuien (met of zonder compenseergedrag). Hier komen ze.

1. Je lichamelijke gezondheid. Iedereen weet dat overgewicht schadelijk is voor je gezondheid. Diabetes, hart- en vaatziekten, je kent het wel. Ook eetbuien zonder dat je te dik bent, zijn echter schadelijk. Je maag en darmen kunnen door eetbuien geïrriteerd raken. Als je vaak grote eetbuien hebt, kan je maag oprekken, waardoor je verzadiging niet meer goed voelt. Ook je tanden kunnen schade oplopen van veel (suikerrijk) voedsel eten. Nou is het zo dat je voor je gebit beter een hoeveelheid zoetigheid in één keer kan opeten dan het in kleine hoeveelheden over de dag verspreid eten. Mensen die eetbuien hebben, eten echter over de dag heen vaak sowieso meer.

Als je naast eetbuien ook regelmatig braat of laxeermiddelen gebruikt, is dit nog extra schadelijk. Je mond, slokdarm, darmen, etc. kunnen geïrriteerd raken en zelfs blijvende schade oplopen door maagzuur. Laxeermiddelen, plaspillen en braken vehrogen het risoco op kaliumtekort, wat levensgevaarlijk kan zijn.

2. Je geestelijke gezondheid. Ik merk zelf dat ik veel met eten bezig ben in mijn hoofd. Wanneer kan ik weer snoepen, zal ik nu naar de winkel gaan voor eetbuivoedsel, etc. Ook schuldgevoel na een eetbui betekent dat ik me slechter voel. Zou het niet veel fijner zijn niet meer de hele dag met eten of niet-eten bezig te zijn?

3. Je sociale welzijn. Vaak vermijden mensen met een eetstoornis het om in gezelschap te eten. Als je dan in je eentje een eetbui “wilt” houden, betekent dit dat je je vrienden niet kunt zien. Daarnaast kan obsessief gedrag rond eten leiden tot ruzies. Ik was zelf een paar dagen geleden boos op mijn man omdat hij mijn (eetbui)voedsel niet had meegenomen.

4. Je uiterlijk. Soms werkt het averechts om geconfronteerd te worden met de gevolgen van eetbuien voor je uiterlijk. Je hebt al een laag zelfbeeld, en om dan te horen dat je (te) dik bent of te veel eet, werkt soms juist een eetbui in de hand. Probeer dus te focussen op het positieve: je wilt er mooi uitzien, daarom ga je geen eetbuien houden.

5. Je zelfbeeld. Echte schoonheid zit natuurlijk van binnen, maar vaak zorgen eetbuien ervoor dat je je niet goed voelt over jezelf. Je hebt het gevoel geen controle over jezelf te hebben. Zoals hierboven gezegd, kan confrontatie met je (evt. te dikke) lichaam ook eetbuien uitlokken. Zou het niet prachtig zijn als je je niet meer schuldig hoeft te voelen na elke hap eten, en je je gewoon lekker kan voelen in je lijf?

Ik realiseer me dat de meeste redenen negatief geformuleerd zijn: eetbuien zijn slecht, want… Probeer je echter juist te focussen op wat je wél bereikt door geen eetbuien te hebben. Je zult gezonder zijn, je beter voelen, betere sociale contacten hebben, er beter uitzien en je bovenal goed voelen over jezelf.

Het starten van een blog…

Het starten van een blog is voor mij nooit het probleem geweest. Je hoeft maar naar mijn lijst met WordPress- en Blogspotblogs te kijken om te weten dat ik er vele ben gestart. Het volhouden daarentegen is wat anders. Het is deze week een jaar geleden dat ik mijn Engelstalige blog van Blogspot naar WordPress overhuisde, een domeinnaam regelde en hiermee het succes van mijn blog bezegelde. Niet dat ik nou een topblogger ben, maar ik schrijf tenminste minstens twee keer per week een post.

Ik heb altijd mijn interesses in het Nederlands willen delen, maar het komt er niet van een Nederladstalig blog echt van de grond te doen komen. Nu dus poging nummer 587,3.

Ik ben dus Astrid, 28 jaar. Ik woon in Doorwerth en verblifj in Wolfheze, twee dorpen van de gemeente Renkum aan de Veluwezoom (tussen Arnhem en Wageningen). Voordat ik hierheen kwam, heb ik zes jaar in Nijmegen gewoond. Ik ben echter geboren in Rotterdam en was, toen ik van voetbal hield, AJAX-fan, dus val mij niet lastig met Arnhem/Nijmegen battles.

Ik verblijf sinds 2007 in de GGZ. Zal jullie voor nu de details besparen, maar verwacht hier wel wat over de zorg in het algemeen en de psychiatrie in het bijzonder neer te zullen kwakken op zijn tijd. Verder ben ik van plan hier alles te delen wat ik interessant vind en toevallig meer gericht is op het Nederladse publiek dan op Engelstalige lezers. Plaatjes zul je waarschijnlijk minder zien dan op de meeste blogs, want ik ben blind en kan dus zelf geen foto’s maken of bekijken.