Maandelijks archief: december 2014

Terugblik op 2014

Tjonge, wat is het lang geleden dat ik voor het laatst gepost heb. Ik had gewoon geen inspiratie. Nu is het alweer oudejaarsdag, een dag om terug te blikken op 2014.

Toen ik op mijn Engelstalige blog een terugblik probeerde te schrijven, kwam er niets uit mijn vingers. Het jaar is in veel opzichten niet spectaculair geweest. Natuurlijk, in het wereldnieuws is er veel gebeurd, maar (gelukkig!) niets waar ik persoonlijk bij betrokken was.

Ik ben dit jaar ook niet bijzonder vooruit of achteruit gegaan qua psychische of lichamelijke gezondheid of op sociaal vlak. Ik wacht nog steeds op een consultatie bij het Leo Kannerhuis voor advies omtrent een vervolgwoonplek en -behandeling. Met die aanvraag zijn we ongeveer heel 2014 bezig geweest. In september ging hij eindelijk de deur uit en toen was het twee maanden wachten op de conclusie dat de meegestuurde informatie compleet genoeg was. Nu sta ik ongeveer een maand op de wachtlijst voor de consultatie. De verwachte wachttijd is vijf maanden.

Ik heb dit jaar een paar dieptepuntjes in psychische gezondheid meegemaakt. Ik ben een keer of vier in de special care unit (SCU, soort separeer) geweest. Twee weken terug was het dieptepunt, maar ook dat is met een sisser afgelopen. Het lijkt alsof het alleen maar beter kan worden nu, maar ik weet dat dat niet per definitie zo is helaas. Aan de andere kant kent ieder jaar wat dit betreft zijn ups en downs.

Dit jaar heb ik me wel verder creatief ontplooid. Ik deed korte tijd mee aan de loomhype in de zomer, stopte en begon weer met kaarten maken en maakte vooral veel sieraden. De laatste weken heb ik een tot nu toe niet erg succesvolle poging gedaan mijn fimokleivaardigheden te verfijnen.

Het lijkt nu alsof er in 2015 veel gaat veranderen. De zorg verandert in extreme mate door de veranderende wetgeving. Aan de andere kant ben ik er niet zeker van dat dit ook extreme consequenties voor mijn persoonlijke leven zal hebben. Ik hoop ergens dat ik in 2015 eindelijk met ontslag kan uit het psychiatrisch ziekenhuis, maar dat neem ik me elk jaar sinds 2008 voor.

Op creatief gebied heb ik alvast een leuk vooruitzicht voor 2015, nl. de MixedMediaDivadag in juni (op mijn verjaardag!). Ik twijfelde of ik kon komen op die dag, maar toen bleek dat het tot 17:00 uur duurt en in Ede is, heb ik me toch opgegeven. Kan ik daarna met mijn man uit eten of zoiets.

Verder zal ik wel ervaren wat het jaar me brengt. Ik heb wel voornemens, waarover ik morgen zal posten. Ik hoop vooral dat ik in 2015 kan genieten. En nu ga ik barbecuen, want dat schijnt traditie te zijn op oudejaarsavond op mijn afdeling. Hopelijk heeft iedereen een goede jaarwisseling!

Lichtpuntjes #2

Vorige week geen lichtpuntjespost geschreven, omdat het op dat moment echt te donker in mij was. Ik zat zodanig in een crisis dat ik ervoor koos zondag een nacht in de separeer door te brengen. Daarna ging het langzaam beter. Ik ben nog steeds niet helemaal happy, voor zover ik dat überhaupt ooit kan zijn, maar het gaat de goede kant op. Vandaag dus weer wat lichtpuntjes van deze week.

1. Medicatie. Dinsdag is de arts bij me geweest omdat ik me nog steeds erg slecht voelde. Ze heeft mijn antipsychoticum verhoogd. Ik heb ook voor een week zo-nodig oxazepam gekregen. Dit heb ik tot nu toe nog maar twee keer nodig gehad. Het antipsychoticum kan nu nog niet echt werken, maar een placebo-effect zal er vast zijn. Maakt mij geen donder uit hoe het werkt, als het maar helpt.

2. Creativiteit. Niet aleen de ketting met drie snoeren waar ik het twee weken terug over had (sorry, nog geen foto) is af, maar ik heb nog een ketting erbij gemaakt. Ik ben ook weer begonnen met Fimoklei. Heb een poging gedaan een kikker te maken. Niet helemaal geworden zoals ik hoote, maarja. Ben ook erover aan het nadenken de papierhobby’s, zoals kaarten maken en art journaling (nou ja, mijn versie ervan), weer op te pakken. Voel me hier echter enorm onzeker over. De één zegt dat collage art erg geschikt is voor mij als blinde, terwijl een ander weer zegt dat ik daar niet aan moet beginnen. Het is wat dat betreft ook best irritant dat ik mijn werk altijd wil showen en het me best wel aantrek als mensen een eerlijke maar negatieve mening hebben over mijn werk.

3. Nachtje thuis. Gisteren ben ik door mijn man opgehaald om naar huis te gaan. We hebben lekkere wraps met kip, paprika en yoghurtsaus gegeten en lekker de avond samen doorgebracht. Vanochtend nog even boodschappen doen en daarna ben ik weer teruggegaan naar de afdeling.

4. Winkelen. Ik was bij het invullen van de Christmas tag volgens mij helemaal vergeten bij “favo snack” kaneelsterren van Bolletje in te vullen. Ik grap de laatste dagen dat een jaar geen kaneelsterren gegeten, een jaar niet geleefd is. Heb ze gisteren overal gezocht, maar helaas niet gevonden. Mijn man werd op een gegeven moment gek van mijn gezeur over kaneelsterren. Wel wat andere spulletjes gekocht bij de Action. Vooral nuttige spulletjes eigenlijk: haarspelden en doosjes voor mijn Fimoklei. Heb begin van de week wel heel leuk voor Fimoklei en accessoires geshopt, online dan. Heb nu achttien kleuren Fimoklei en nog twee doosjes over voor kleuren die ik evt. nog wil. Gisteren ook heerlijk zitten kijken naar kaartenmaakspullen, maar daar heb ik er al zoveel van, dus laat ik die eerst maar eens gebruiken.

5. Opgeruimd zootje. Heb mijn creatieve spullen wat geordend. Het ziet er waarschijnlijk nog steeds chaotisch uit voor een buitenstaander, maar ik kan nu mijn spullen een stuk makkelijker vinden.

Christmas tag

De laatste dagen gaat het niet zo goed met me en ben ik erg gespannen. Ik heb ook weinig ideeën om afleiding te zoeken. Bloggen zou ideaal zijn, maar ik heb er de concentratie niet voor. Vandaag gaat het gelukkig ietsje beter. Om niet gelijk een moeilijke blogpost te hoeven bedenken, vul ik vandag de Christmas tag in.

1. Vind je het leuker om lekker in je pyjama te blijven of om je mooi aan te kleden voor Kerst? Laat mij maar fijn in mijn pyjama! Ik houd wel van galajurken etc. maar niet om ze zelf te dragen.

2. Als je iemand één cadeau zou mogen geven dit jaar, wat zou het dan zijn? Ik neem aan dat ze bedoelen dat je ook maar één persoon een cadeau mag geven. Ik doe eigenljk niet aan cadeaus met Kerst. Als ik één persoon een cadeau mocht geven, zou het mijn man zijn, maar ik weet nooit wat ik hem moet geven. Zelfs voor zijn verjaardag stuurt hij me altijd gewoon een Bol.com link voor wat hij wil hebben. Dan maar iemand anders. Ik zou een zelfgemaakte ketting aan mijn zus geven. Alhoewel? Ik heb haar er voor haar Master al één gegeven en vorig jaar volgens mij voor Kerst ook al één, dus beetje onorigineel. Nou ja.

3. Open je je cadeaus op kerstavond of kerstochtend? Als ik cadeaus zou krijgen, zou ik ze op kerstochtend willen openen. Toen ik nog thuis woonde en we wel eens een kleinigheidje onder de boom kregen, deed ik dat ook altijd.

4. Heb je ooit een speculaashuisje gebouwd? Ja, op de basisschool wel eens. Zou het wel weer willen doen!

5. Heb je kerstwensen? Meer rust in mijn kop. Serieus, tijdens de kersttijd is mijn structuur naar de maan en word ik ieder jaar enorm gespannen. Ik hoop dat dit jaar met Kerst de ophoging van mijn medicatie al werkt en dat het blijft werken, want ik zit nu aan de maximale dosis..

6. Wat is je favoriete kerstgeur? Kaneel denk ik. Vind ook die peperkoekgeur of wat het ook precies is in mijn olieverstuiver nog steeds heerlijk.

7. Wat is je favoriete kerstgerecht of snack? Ik zou zeggen kalkoen omdat ik dat normaal gesproken erg lekker vind. Helaas deed mijn man er twee jaar terug met Kerst spek omheen en worst in om het vlees mals te houden. Dat vond ik echt niet te vreten. Dit jaar eten we dus kip.

8. Welke feestdagen vier je? Weet niet. We gaan met Kerst naar mijn schoonouders dus dat is wel een beetje de feestdag vieren. Oud en nieuw vieren we vaak ook wel maar dit jaar niet echt. Ik vind eigenlijk feestdagen tien keer niks omdat dan mijn structuur in de war is.

9. Candy cane of gingerbread men? Ik ken ze allebei niet. Doe maar candy cane, want ik houd wel van zoet.

10. Wat is je favoriete kerstliedje? It’s gonna be a cold, cold Christmas van Dana. Vind die melodie leuk.


11. Heb je wel eens een sneeuwpop gemaakt? Ja!

12. Wat staat bovenaan je kerstlijstje? Dat weet ik echt niet hoor. Ik heb wel leuke spullen gezien om kaarten en sieraden te maken, maar daar heb ik al zoveel van, dus ja. Ik ben wel pas toen ik met mijn man in Nijmegen was, vergeten sloffen te kopen, dus die misschien?

13. Wat is het meest belangrijke voor jou tijdens de feestdagen? Dat ik me redelijk ontspannen voel. Gezelligheid zou op zich ook wel leuk zijn, maar dan moet het wel écht gezellig zijn. Niet dat vrede-op-aarde-voor-één-daggedoe.

14. Wat ga jij met Kerst doen? Naar mijn schoonouders. We gaan daar waarschijnlijk lekker eten en verder gewoon een beetje bankhangen. ik neem mijn computer mee voor als ik me verveel. Tweede Kerstdag ben ik waarschijnlijk het grootste deel van de tijd op de afdeling. We krijgen een kant-en-kaar buffet, oftewel ouderwets instellingsvreten uit dekschalen. Vind dat niks maarja.

“Je bent te slim.”

Op de basisschool werd ik vooral in groep zeven en acht erg gepest. Voor een deel was ik het te verkiezen slachtoffer omdat ik het enige meisje in de klas was. Ik was echter ook doelwit omdat ik hoogintelligent (ik heb een hekel aan het woord “hoogbegaafd”) ben. “Je bent te slim,” was de standaard verklaring van mijn ouders en leraren.

Er is een hele hoop mis met deze redenatie, die het slactoffer de schuld geeft van het pestgedrag. Natuurlijk, als gepest persoon kun je er zelf ook wel iets aan doen hoe je met het pesten omgaat. Dat betekent nog niet dat je verantwoordelijk bent voor het pestgedrag. De pester is verantwoordelijk voor het pestgedrag wat hij of zij vertoont.

Wat echter een nog groter probleem met deze redenatie is, is dat intelligentie een min of meer stabiele eigenschap van een kind of volwassene is. Het is niet iets wat je kunt veranderen. Als een kind gepest wordt omdat het raar gekleed gaat, kun je hem of haar tenminste nog modeadvies geven. Ik zeg niet dat dat het probleem oplost, want wat ik al zei, pesten is niet de schuld van het slachtoffer. Het kind heeft dan echter misschien het idee iets aan zijn of haar kwetsbaarheid te kunnen doen. Het is dan wel belangrijk dat je dit niet negatief brengt: “Marietje, logisch dat ze je pesten, je draagt zelfgebreide streepjestruien! Doe eens iets leuks aan!” In plaats daarvan kun je er een leuk uitstapje naar de Primark van maken.

Terug naar slimheid. Verwachten we nou echt dat iemand een stabiele, natuurlijke eigenschap van zichzelf gaat veranderen om niet gepest te worden? Moet iemand die van nature rood haar heeft, ook zijn haar laten verven om maar niet gepest te worden? Nee toch?!

Er zijn natuurlijk twijfelgevallen. Toen ik op de middelbare school zat, werd ik gepest omdat ik de sociale vaardigheden van het achtereind van een varken had. Ik ben heel erg voor acceptatie van iedereen ongeacht beperkingen en mogelijkheden, maar in die tijd werd mijn gedrag gezien als moedwillige onaardigheid en niet als autisme. Niet dat dat er wat toe doet, want het is niet omdat iemand een stickertje heeft dat hij een excuus heeft om zich aso te gedragen. Kortom, niks mis met een sociale-vaardigheidstraining voor zo’n kind (behalve dat die bij autisten anders moet worden gegeven om aan te sluiten). Als een kind het pesten er niet mee kan stoppen, kan hij of zij in elk geval leren hoe ermee om te gaan.

Dan nog moet de reden voor een training niet zijn dat een kind anders gepest wordt, maar dat diegene dan kan leren vrienden maken of beter met sociale situaties omgaan. Het maakt al een heel verschl of je het negatief benadert of positief.

Nog even terug naar “je bent te slim”. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op! Het zal in deze werld best zo zijn dat hoogintelligente mensen de uitzondering zijn, maar moeten ze dan dommer worden om aanslutiing te kunnen vinden bij anderen? Of moeten ze gestimuleerd worden op hun manier zichzelf te ontplooien en aanslutiing te vinden bij “hun soort”?

Ik vind het jammer dat ik in mijn basisschooltijd nooit contact heb kunnen hebben met andere hoogintelligente kinderen. Nou was mijn blindheid en autisme natuurlijk een complicerende factor, waardoor ik ook op het gymnasium geen aansluiting vond. Wat dat betreft biedt het internet uitkomst, want nu heb ik verschillende mensen leren kennen met wie ik voldoende gemeen heb om aansluitign bij ze te kunnen vinden.

Met mij is het op dit vlak uiteindelijk goedgekomen. Ik heb nog steeds geen vrienden buiten mijn man om, maar ik heb daar op zich vrede mee. Ik heb wel genoeg mensen bij wie ik aansluiting kan vinden en ik word in elk gevval niet gepest.

Tien dingen om met winters weer binnen te doen

Het is koud en regenachtig buiten. Het onweerde net zelfs en er is hagel voorspeld. Nou ben ik sowieso niet een heel erg buitenmens, maar toch vind ik wandelen, in de zon zitten etc. soms wel héél fijn. Ik mis dat toch wel in de winter. Tijd dus om een lijst te maken van dingen die je kunt doen als je niet naar buiten kunt.


  1. Warme chocolademelk drinken. Met slagroom natuurlijk!

  2. Een spelletje doen. Wij doen op dagbesteding graag pim-pam-pet. Niet om wie er wint, maar gewoon om wie er iets origineels kan verzinnen bij de vraag en met die letter die gedraaid wordt. We poetsen dus allemaal het liefst op zaterdag en ik vind kat Barry het liefst.

  3. Een uitgebreid (kerst)diner koken. Bij mij mislukken ze altijd, maar het plezier in het proces is daar niet mindner om.

  4. Koekjes bakken. Moet je natuurlijk de booschappen wel van tevoren in huis gehaald hebben. Ik vind zelfgebakekn zandkoekjes echt zo lekker!

  5. Knutselen. Maak nog even je last-minute kerstdecoraties en -kaarten.

  6. Een serie of (kerst)film kijken. Wij keken thuis altijd My fair lady of zoiets. Ik geloof dat die (of een andere musical) altijd op tweede kerstdag op tv kwam, maar het is al tig jaar geleden dat ik het voor het laatst gezien heb dus misschien is de programmering inmiddels veranderd..

  7. Schrijven. Ideaal weer om te bloggen of een offline dagboek bij te houden. Ik ben deze week eindelijk met mijn offline dagboek begonnen, nadat het jaren stillag.

  8. Lezen. Heerlijk die winterse nummers van tijdschriften als Viva en Margriet, maar boeken zijn natuurlijk ook nooit weg.

  9. Een uitgebreid bad nemen. Heb ik gisteren nog gedaan op de afdeling, heerlijk! Als je geen bad hebt, is dat natuurlijk jammer, maar geef dan jezelf een home-based beautybehandeling.

  10. Relaxen met een lekker geurtje in je oliebrander of -verstuiver. Ik heb zelf een AromaStream verstuiver en heb vorig jaar bij de Lidl een set met kerstgeuren gekocht (waar ook een brandertje bij zat maar dat vind ik eng). Je kunt natuurlijk ook geurkaarsen aandoen.


Heb jij nog andere ideeën? Ik laat me graag inspireren!

Tag: 25 foodvragen

Ik heb de 25-foodvragentag echt al tig keer voorbij zien komen. Tijd dus om hem over te nemen. Je krijgt gegarandeerd honger van het lezen van deze tag, en ik wil straks vast ook zo graag iets lekkers. Heb net weer eens te veel gesnackt, maarja.

1. Wat is je favoriete ontbijt? Yoghurt met muesli. Ik kan dan niet kiezen tussen viergranenmuesli of muesli met gedroogde vruchtjes en nootjes. Ik heb zelf wel eens viergranenmuesli met amandelen en cranberries gemengd, maar vond die cranberries niet echt boeiend.

2. Hoe drink je je koffie? Zwart. Ik dronk al vanaf dat ik klein was koffie. Met melk, want dat moest van mijn ouders, en suiker wat ik altijd uit het kopje lepelde. Op een gegeven moment ben ik eerst met de suiker en daarna met de melk gestopt.

3. Wat zit er op je lievelingsbroodje? Dat is toch wel de spicey Italian van de Subway met alle groenten (en zeker pepers en olijven) behalve sla (want dat is zoveel en voegt eigenlijk weinig toe), geen kaas maar wel opgewarmd.

4. Soep of salade? Salade, sowieso. Ik houd van heel veel soorten salade en van heel weinig soorten soep (alleen van kippen- en tomatensoep eigenlijk).

5. Wat is je favoriete kookboek? Het kookboek wat ik ooit vijftien jaar geleden voor Sinterklaas kreeg. Dat is het enige kookboek wat ik ooit heb gehad. Het bestond uit 29 braillebanden.

6. Nooit meer zoet of nooit meer hartig? Oei, die is moeilijk. Nooit meer hartig, want ik ben echt verslaafd aan zoete drop! Wel jammer van een hoop andere dingen die ik lekker vind, maarja.

7. Welke keuken (land) is je favoriet? Mexicaans denk ik, hoewel ik van heel veel keukens wel wat lekker vind. Alleen de Hollandse keuken vind ik niks haha.

8. Wat is je favo foodfilm? Serieus, bestaat dat genre? Ik kijk nooit films, dus heb al helemaal geen favo foodfilm.

9. Wat is je meest ultieme guilty pleasure? Zoete drop! Zo’n grote zak van de Lidl gaat er bij mij in 24 uur door. En ja, ik weet dat dan je bloeddruk door het dak gaat, maar who cares?

10. Wie is je grootste inspiratiebron? De uitvinder van de Knorr wereldgerechten. Toen ik nog voor mezelf kookte, maakte ik die serieus heel vaak. Mijn favoriet is Griekse kofta. Heb ooit op mijn Engelstalige blog een keer geprobeerd een goed recept voor kofta te beschrijven, maar dat was geen succes.

11. Thuis koken of uit eten gaan? Uit eten gaan. Ik vind koken wel leuk maar kan het niet goed en onze keuken is te klein voor twee mensen.

12. High end of low profile? Low profile, definitely. Ik eet niet netjes genoeg voor high-endrestaurants en ik vind ze te duur.

13. Wat is je lievelings restaurant? De Dromaai in Nijmegen.

14. Boodschappen doe ik bij… De Lidl of de stationswinkel in Wolfheze.

15. Het lekkerste dat ik ooit gegeten heb is… Die slaat natuurlijk nergens op, want ik heb zo veel lekkere dingen gegeten, en wie niet? Het eerste wat bij me opkomt is de pizza chicken supreme van de Domino’s.

16. Wat is je favo cocktail? Geen. Ik drink geen alcohol en cocktails lijken me al helemaal niet lekker.

17. Koffie met George (Clooney) of Heston (Blumenthal)? Geen van beiden, al was het alleen maar omdat mijn man dan jaloers wordt. Nee serieus, ik ken ze allembei niet (heb van George Clooney wel gehoord en hij schijnt hot te zijn, maar boeie).

18. Wat mag niet ontbreken in jouw keuken? Een magnetron. Ik kan nl. niet koken.

19. Mijn favo snack is… Pittige knakworst van de Unox. Ik weet niet of ik ze echt zo lekker vind, maar kan ze behoorlijk wegkanen.

20. Wat zit er op jouw pizza? Kip of pepperoni en in ieder geval veel verse pepers.

21. Wat lust je echt niet? Zo veel, ik ben echt best wel kieskeurig. Ik ben echt vooral niet dol op Hollandse winterkost. Erwtensoep, boerenkool, zuurkool, blegh, maak je mij niet blij mee. Het enige qua winterkost wat ik nog een beetje te eten vind is hutspot.

22. Mijn favoriete foodblog is… Geen idee. Ik lees soms wel foodblogs maar nou ook weer niet zo vaak om een favoriet te hebben.

23. Het gekste dat ik ooit gegeten heb is… Hmm, gek niet echt iets, maar ranzig wel. Het ranzigste wat ik ooit gegeten heb was een stuk onbeduidend vlees bij een ontzettend low budget restaurant in Rome.

24. Wat staat er op je food bucket list? Sushi! Ik heb serieus nog nooit sushi op. Mijn man zat een keer in de trein tegenover iemand die (bedorven?) sushi at, en hij vond dat stinken. Sindsdien wil hij het niet. Wie helpt mij hem meeslepen naar een sushitent?

25. Ik kan niet leven zonder… Koffie en warm eten (niet tegelijk).

Eetbuien en overgewicht

Waarschuwing: deze post kan triggerend zijn voor mensen met eetstoornissen. Ik noem gewichten en hoeveelheden (eetbui)voedsel.

Een paar dagen geleden kwam ik deze post van Xaviera tegen. Sowieso is haar hele blog prachtig, maar deze post sprak me in het bijzonder aan. “Finally,” dach tik! Eindelijk iemand die positief blogt maar tegelijk toegeeft dat ze niet het voorbeeld van gezondheid is. In deze post deelt Xaviera haar persoonlijke struggle met overgewicht.

Ik herkende veel in haar verhaal. Ook ik lees graag gezond-levenblogs en weet heel goed wat gezond is en wat niet, maar om je daar nou aan te houden…

Mijn probleem met eten begon al jong. Toen mijn zus en ik klein waren, was ik degene die het initiatief nam om flink uit de snoepla en koelkast te eten als onze ouders nog op bed lagen. Ik herinner me dat we soms rare combinaties namen. Worst met mandarijn of sinaasappelsap met hagelslag. Of dat abnormaal is voor een kind van pakweg zeven, weet ik niet. We werden wel aangesproken op het snoep en ander eten pakken. Niet dat we hele preken kregen over hoe slecht het was of dat onze ouders heel boos werden. Er waren wel regels over snoepen – één koekje of snoepje bij “theetijd” om vier uur. Tegen het snoep jatten ’s ochtends deden mijn ouders niet heel veel, maar juist op hun manier lieten ze wel weten wat ze vonden. Zo hing mijn vader ooit een briefje in de snoepkast met er heel groot “BOEVEN” op geschreven, zo groot dat ik het toen nog kon lezen. Mijn zus stond er toen zij leerde lezen op dat mijn ouders deze actie herhaalden.

Toen ik in de puberteit kwam, werd mijn snoepgedrag echt een probleem. Ja, ik weet dat meiden van die leeftijd best veel snoepen, maar ik snoepte écht veel. Ik haalde gerust op zaterdag een kilo snoep en at dit dan binnen een uur of twee op. Op school kocht ik elke dag een saucijzenbroodje en ik ben er een keer door klasgenoten op aangesproken dat ik mijn hele zakgeld (vijf gulden) er in één keer doorheen joeg aan candy bars. Dat waren dus vijf candy bars in één pauze.

Toen ik een jaar of veertien was, las ik een artikel over eetstoornissen. Ik zat toen helemaal niet lekker in mijn vel en bedacht me dat als ik een eetstoornis had, mensen me serieus zouden nemen. Onder een eetstoornis verstond ik anorexia. Mijn gedachten waren best gestoord in die tijd, maar ik had juist het omgekeerde gedrag: enorme eetbuien, die ik wel probeerde te compenserne. Braken deed ik maar heel af en toe, dus echt boulimia of iets soortgelijks had ik niet, maar ik had wel het zelfbeeld wat erbij hoort.

Toen ik uit huis ging, hielden de eetbuien een tijdje op, maar toen ik vanuit een trainingshuis voor gehandicapten op mezelf ging wonen, en zeker toen ik opgenomen werd, begonnen ze weer. Vlakbij de opnameafdeling was een winkeltje waar je vooral ongezonde meuk kon kopen. Ik probeerde mezelf wel in toom te houden, maar dat lukte niet.

Ondertussen had ik tot drie jaar geleden een normaal gewicht. Wel aan de bovnkant van normaal, maar nog normaal. Ik ben 1,53 m en woog jarenlang rond de 58 kg. Ik kon eten wat ik wou of niet, maar aankomen of afvallen deed ik niet. Long story short: drie jaar nadat ik begon met aankomen weeg ik 74 kg. Dit is minstens vijftien kilo boven normaal.

Afvallen heb ik nooit echt geprobeerd. Ik bedoel, niet op een gezonde manier. Een paar jaar geleden braakte ik regelmatig en misbruikte ik mijn door de dokter voorgeschreven Movicolon soms. Hier ben ik gelukkig vanaf. Helaas zijn de eetbuien alleen maar toegenomen. Bezoeken aan een diëtist leverden niets op. Logisch: ik weet best wat gezond is, ik doe het alleen niet.

Wat Xaviera zo mooi verwoordde, is dat ze, als ze echt mindful is, die rommel die ze in haar lichaam stopt helemaal niet lekker vindt. Ik ben dit eigenlijk helemaal met haar eens. En ja, dit zeg ik terwijl ik net toen ik het artikel zaterdag las, een heel blik knarkworsten en een zak sneop naar binenn werkte. Ik vind het net als Xaviera enrom inspirerned om healthy-livingblogs te lezen en zou zo graag die recepten uitproberen, maar als ik bij mijn man ben, is het de helft van de tijd toch weer pizza wat we eten. Op de afdeling krijg ik kant-en-klaarmaaltijden, maar ik ben niet van de biologische mafia, dus daar zit ik op zich niet mee. Als ik het nou echter bij gewoon drie gezonde maaltijden en af en toe tussendoortjes kon houden! Helaas denk ik nog steeds dat ik ongezond eten op de één of andere manier “nodig” heb, en wel nu en wel in grote hoeveelheden. Soms is het echt een eye-opener als ik merk dat ik net zoveel voldoening krijg van een zak snoep waar mijn man de helft heeft uitgehaald als van de hele zak. Helaas blijft dit besef niet hangen.

Een paar maanden geleden werd ik eens goed met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik was voor iets ongereelateerds in het ziekenhuis en de arts vroeg of ik boulimia had gehad. “Nee,” zei ik. Dat stond wel in de verwijzing van de huisarts. Nou heb ik nooit echt boulimia gehad. Het zou goed kunnen dat ik nu aan de criteria van een eetbuienstoornis (binge eating disorder) voldoe. Wat hieraan gek is, is dat ik mijn eetprobleem veel serieuzer nam toen ik nog braakte dan nu, terwijl ik nu lichamelijk ongezonder ben (door mijn overgewicht). Ik ben echter op dit moment helaas niet in de gelegenheid om hulp te vragen voor mijn eetprobleem, buiten dan het bezoeken van een diëtist. Dat is wel jammer, want ik zou ergens graag iets aan mijn eetprobleem doen. Je moet het natuurlijk uiteindelijk zelf doen, maar steun om met mijn eetgestoorde gedachtes om te gaan, zou best welkom zijn.

Lichtpuntjes #1

Ik voel me de laatste dagen best verdrietig. Veel oud zeer komt naar boven en ik kan er weinig mee. Tijd dus om me op de positieve dingen te focussen en mijn eerste lijstje met geluksmomentjes te maken. 🙂 Ik noem het “lichtpuntjes” omdat alle andere bloggers het al “geluksmomentjes” noemen. 😉

1. Pannenkoeken! Dinsdag hebben mijn man en ik die gegeten. Zelfgemaakt maar wel met een mix van de Lidl. Het resultaat was iets minder dan helemaal zelf bakken, maar dat mocht de pret niet drukken. Ik at naturelpannenkoeken met suiker en mijn man nam spekpannenkoeken. Hij grapte dat (het bakken van) de spekpannenkoeken lekkerder klonk(en) dan de gewone. Daar had hij gelijk in maar ik lust dus echt geen spek.

2. Beeldende therapie. Ik doe één keer in de week op donderdag creatieve therapie beeldend. Meestal zijn de opdrachten vrij vaag maar wel nuttig. Deze week hebben we niet echt iets gedaan met materialen, maar hebben we wel fijn gepraat. Op een gegeven moment ging ik een beetje dissociëren, maar het lukte me daar niet in door te schieten.

3. Sinterklaas op de afdeling. Ik heb niet echt meegedaan met de bingo die georganiseerd werd, maar kwam af en toe wat lekkers halen. Ik ben echt gek op strooigoed en dat was er in overvloed. Omdat ik dus niet aan de bingo meedeed, heb ik niks gewonnen. We kregen echter wel allemaal een pakketje met voor de dames douchegel, body lotion, een sjaal, chocoladelettertje en pepernoten en misschien nog wel meer maar dat ben ik even kwijt. Er is nl. een stichting in het leven geroepen door een vader van een cliënt, die ervoor zorgt dat de cliënten van de langdurige zorg met feestdagen een cadeautje krijgen. Natuurlijk was het dit keer van de Sint, haha.

4. Een ketting gemaakt. Ik ben eindelijk begonnen een moet ik zeggen supermooie ketting met drie snoeren te maken. Had nl. een sluiting voor drie snoeren gekocht en het leek me leuk om eens iets anders te maken dan basic sieraden. Foto volgt als het ding af is.

5. Wandelen. Gisteren ben ik even met een verpleegkundige gaan wandelen. Op mijn vorige afdeling kon ik bijna elke dag wandelen maar hier gaat dat niet zo makkelijk. Ik was dus best dankbaar dat het gisteren kon.

6. Kerkdienst. Ik was tot vorige week al heel lang niet meer in de kerk geweest, maar wilde zo met Advent toch gaan. De dienst vorige week was mooi maar die van vandaag was nog mooier. We lazen uit het boek van de profeet Jesaja en uit het evangelie volgens Johannes. Het thema van de preek was “troost”. Erg toepasselijk voor mij op dit moment!

7. Schrijven. Heb vrij veel geblogd op dit blog deze week (mijn Engelstalige blog lijdt er wel onder helaas). Ben vandaag ook eindelijk met een offline dagboek begonnen. Ik zocht al weet ik hoe lang naar goede software om een dagboek mee bij te houden. Die vond ik niet maar gewoon in Kladblok werkt het ook.

Wat zijn jouw lichtpuntjes deze week?

Gelezen in 2014

Het is alweer Sinterklaas geweest. Dat betekent dat het niet zo heel lang meer duurt voordat het jaar voorbij is. Een terugblik komt nog, maar vandaag wil ik het hebben over iets wat ik veel gedaan heb het afgelopen jaar: lezen. Ik heb dit jaar echt de eBooks ontdekt. Helaas valt het aanbod aan Nederlandstalige eBooks in mijn favoriete genres tegen, dus heb ik veel Engelstalige boeken gelezen. Ik heb echter ook wat Nederlandstalige boeken bij de blindenbieb geleend. Hier noem ik vijf van mijn favorieten. Voor mensen met een leesbeperking zijn al deze boeken verkrigjbaar via AangepastLezen.nl. Weet niet of ze nog allemaal in de boekhandel te koop zijn.

1. Best wel heavy door Petra Boolman (2012). Een verzameling verhalen van mensen met niet-zichtbaar NAH (niet-aangeboren hersenletsel) en hun naasten. Heel indrukwekkend en ergens ook wel herkenbaar. Mijn beperkingen lijken in sommige opzichten ook op die van mensen met NAH, al heb ik kort na de geboorte mogelijk een hersenbloeding met een waterhoofd tot gevolg gehad. Ik heb dus niet het gebroken leven wat veel mensen met NAH ervaren. Het boek maakt pijnlijk duidelijk wat een verworven neuropsychologische beperking met de getroffene en zijn/haar naasten doet. De deelnemers aan het boek zijn benaderd via een zorginstantie voor mensen met NAH. Ik kan me dus voorstellen dat sommmigen het nog zwaarder hebben. Toch is het boek ergens ook wel humoristisch. “Vind je het goed als ik een krokodil koop?” is één van de hoofdstuktitels. Haha.

2. Gevangen in de zorketen door Walter Stolz (2011). Dit boek beschrijft de weg die Stolz en zijn vrouw Marjolein moeten gaan als zij een hersentumor (die lang niet herkend wordt) krijgt. Het boek beschrijft de bureaucratie en het gebrek aan vertrouwnesrelaties wat Stolz ervaart bij artsen en ziekenhuizen. Eerst wordt Marjolein naar de psychiater verwezen, die veel te snel een depressie constateert. Als ze eindelijk bij een arts-assistent neurologie komt, heeft die nog nooit van de meest elementaire neurologische test gehoord. Uiteindelijk besluit Stolz erop te staan dat Marjolein naar een goede neuroloog,die Stolz via zijn netwekr zelf vindt, wordt doorverwezen. Dan nog is de samenwerking tussen artsen en ziekenhuizen beroerd. Stolz beweert absoluut niet dat Marjoleins uiteindelijke overlijden had kunnen worden voorkomen, maar hij beweert wel dat de zorg en bejegening beter hadden gekund. Ook dit herken ik. Stolz lijkt soms pessimistisch, maar nooit verbitterd.

3. God is in de war, hij denkt dat hij Pieter is door Pieter Overduin (2004). Waarschijnlijk is deze niet meer in de boekhandel te koop, wat jammer is, want ik vind hem geweldig. Overduin en zijn naasten beschrijven hier hoe het is als overduin manisch en daarna depressief wordt. Grappig aan dit boek is de humoristische maar rake kritiek op hulpveleners in de psychiatrie. Zo vertelt Overduin de psychiater dat hij een boek heeft uitgegeven en nu met een tweede (dit dus) bezig is. “Dit is nou een typisch voorbeeld van een waan.” Overduin zet de psychiater mooi een hak als zijn vader op de volgende afspraak zijn boek meeneemt.

4. De leugenmachine door Harald Merckelbach (2011). Ik ben dol op boeken over recht en psychologie, dus wat is er beter dan een boek over rechtspsychologie? Het is echter helemaal geen droge kost, maar juist heel geanimeerd geschreven. In dit boek legt Merckelbach uit hoe de rechtspsychologie kan helpen problemen in juridische conflicten op te lossen, en hoe gebrek aan wetenschappelijk inzicht in de praktijk tot problemen leidt. Zo vertelt hij over het verhoor van schizofrene mensen en over een persoon die jaren na zijn vermeende delict wordt verhoord, terwijl hij intussen een beroerte heeft gehad. Ook krijgen we en kijkje in de wereld van de malingeerder, degene die een ziekte voorwendt om straf te ontlopen of een juridisch conflict te winnen. Het gaat bijvoorbeeld om de man die met bijna-goede antwoorden op vragen (“oeveel dagen zitten er in de week?” “Acht.”) probeert te laten blijken dat hij hersenletsel heeft. Gek genoeg is deze “stoornis” halfhartig erkend in de psychiatrie, terwijl echte psychiatrische patiënten zoals schizofrenen zelden dit soort antwoorden geven. Het boek beschrijft nog een aantal van dit soort conflicten tussen psychologisch/psychiatrisch broddelwerk en wetenschap. Ik vind het echt een supergoed boek en ga gauw eens op zoek of die Merckelbach nog meer geschreven heeft.

5. Is dat normaal, dokter? door Steven van de Vijver (2011). Columns van een huisarts in Amsterdam-Osdorp. Sommige zijn verdrietig, zoals die over een man van 27 die dement wordt. Andere zijn humoristisch, zoals die waarin Van de Vijver te maken krijgt met een patiënt met een meervoudige persoonlijkheid, en hij aan hem vraagt met wie hij de volgende afspraak moet maken. Ik houd, zoals aan de rest van deze lijst met boeken wel duidelijk mag zijn, van boeken over gezondheid en zorg. Ik houd ook enorm van columns. Deze combinatie is dus ideaal.

Winterdepressie

Veel mensen voelen zich in de herfst en winter een stuk somberder en minder energiek dan in de zomer en lente. Dit kan duiden op een “winterdip” of seizoendsgebonden gemoedssstoornis (seasonal affective disorder). Kenmerken van een winterdepressie zijn:


  • (Extreme) vermoeidhied.

  • Veel behoefte aan slaap, zelfs als je al meer dan normaal slaapt.

  • Verschuiving van het dag-/nachtritme, waarbij je je steeds later op de dag “wakker” voelt.

  • Meer behoefte aan (koolhydraatrijk) eten.

  • Je somberder voelen dan normaal.

  • Prikkelbaarheid.

  • Afgenomen behoefte aan (sociale) activiteiten.


Kenmerkend voor de winterdepressie is dat deze weer verdwijnt als de dagen weer gaan lengen. Nou zijn er ook mensen die juist in het voorjaar somber en futloos worden (“voorjaarsmoeheid”), wat ook een seizoensgebonden gemoedsstoornis is.

Hoe kom je aan een winterdepressie, en hoe kom je er weer vanaf? De precieze oorzaak van een winterdepressie is niet bekend, mar er zijn wel verschillende mogelijke oorzaken. Zo regelt zonlicht je dag-/nachtritme voor een deel, en kan dit ritme dus verstoord raken als je minder zonlicht opdoet. Ook zorgt zonlicht ervoor dat het slaaphormoon melatonine wordt afgebroken, waardoor je ’s ochtends energieker wordt. Alweer gebeurt dit minder als je minder zonlicht opdoet. Recent is ook gebleken dat een tekort aan vitamine D kan leiden tot een winterdepressie. Als laatste spelen schommelingen in het niveau van serotonine (een stof die in de hersenen zorgt voor een goed gevoel) een rol.

Wat kun je eraan doen? Je kunt de zon niet langer laten schijnen, maar je kunt er wel optimaal gebruik van maken. Kom vroeg uit de veren en ga regelmatig naar buiten. Zonlciht zorgt er zoals hierboven gezegd voor dat melatonine wordt afgebroken. Ook maakt je lichaam vitamine D aan onder invloed van zonlicht.

Voeding kan ook helpen. Zoals gezegd kun je meer behoefte krijgen aan (koolhydraatrijk) voedsel. Eet voldoende “goede” koolhydraten. Dit zijn koolhydraten die je suikerspiegel niet te snel doen stijgen. Deze koolhydraten zitten in groente, fruit en volkorenproducten. Deze koolhydraten doen je tryptofaan stijgen, wat een stofje is dat voor een hogere productie van serotonine zorgt. Koolhydraten die de suikerspiegel een boost geven, zoals die in snoep, geven je wel kortdurend energie, maar je voelt je daarna snel weer vermoeid en somber.

Zorg ook dat je voldoende ijzer, vitamien B12 en vitamine D binnenkrijgt. Je kunt deze vitamines en mineralen via de voeding binnenkrijgen, maar als je er een tekort aan hebt, is het handig ze bij te nemen in een voedingssupplement.

Als laatste kan een daglichtlamp echt uitkomst bieden. Je merkt dit niet meteen de eerste dag, maar na ongeveer een week kun je verschil merken. Let erop dat de daglichtlamp die je aanschaft minimaal 10000 lux op twintig cm afstand geeft, geen UV-straling afgeeft, en is uitgerust met een elektronische VSA om trillingen te voorkomen (anders kun je last krijgen van misselijkheid of wazig zien). Lichttherapie onder begeleiding van een hulpverlener is overigens aan te bevelen boven zelf een lamp aanschaffen.